Je bent hier:

september 23, 2026

Schaarse biogrondstoffen vragen om keuzes in de hele keten

WhatsApp Image 2026-09-23 at 10.47.07 groot

Duurzame biogrondstoffen kunnen bijdragen aan de productie van materialen, chemicaliën en brandstoffen en aan het realiseren van negatieve emissies. De beschikbare hoeveelheid is echter niet onbeperkt. Dat vraagt om strategische keuzes, efficiënt gebruik en samenwerking in de hele keten. Deze boodschap stond centraal tijdens de bijeenkomst over de toekomstige rol van biogrondstoffen, die Platform Bio-Economie op 22 september samen met RVO en IEA Bioenergy organiseerde aan de Universiteit Utrecht.

Sprekers uit wetenschap en bedrijfsleven bespraken de beschikbaarheid van biogrondstoffen, ontwikkelingen in de Europese bosbouw, de afvang van biogene CO2 en het gebruik van duurzame koolstof voor chemie en materialen.

De hele keten telt

Ric Hoefnagels van het Copernicus Instituut van de Universiteit Utrecht ging in op de ontwikkeling van biobased ketens. Volgens hem moet duurzaamheid niet alleen worden beoordeeld aan de hand van de gebruikte grondstof. De hele keten telt, van productie en inzameling tot logistiek, verwerking en eindgebruik.

De vraag naar vloeibare biobrandstoffen neemt naar verwachting vooral toe in de luchtvaart en scheepvaart. De huidige productie steunt voor een belangrijk deel op gebruikte oliën en vetten, maar de beschikbaarheid daarvan is beperkt. Bovendien zijn deze grondstoffen ook interessant voor de chemische industrie.

Voor verdere groei zijn daarom andere stromen nodig, zoals houtachtige biomassa, landbouwresten en overige reststromen. Die zijn vaak moeilijker te verwerken en vragen om nieuwe conversietechnieken. Ook het mobiliseren van voldoende grondstoffen vergt investeringen. Theoretische beschikbaarheid betekent nog niet dat biomassa daadwerkelijk tegen aanvaardbare kosten kan worden verzameld en verwerkt.

Nederland kan hierbij een belangrijke positie innemen dankzij zijn havens, logistieke infrastructuur, raffinagecapaciteit en chemische industrie. Toegang tot hernieuwbare elektriciteit en waterstof kan bij toekomstige investeringen minstens zo belangrijk worden als de nabijheid van de biomassabron.

Europese bossen onder druk

Gert-Jan Nabuurs van Wageningen University & Research plaatste de beschikbaarheid van hout in Europees perspectief. Ongeveer 40 procent van het Europese landoppervlak bestaat uit bos. Deze bossen leveren grondstoffen, slaan koolstof op en zijn belangrijk voor natuur en recreatie.

Tegelijkertijd neemt de druk op de bossen toe door droogte, stormen, branden en insectenplagen. De gevolgen daarvan zijn in verschillende Europese regio’s al zichtbaar. De omschakeling naar meer gemengde en klimaatbestendige bossen is noodzakelijk, maar kost veel tijd.

Ook het beschikbaar krijgen van hout vormt een uitdaging. Europa telt miljoenen particuliere boseigenaren, terwijl in verschillende regio’s onvoldoende mensen beschikbaar zijn voor beheer en oogst. Nieuwe satelliettechnieken kunnen helpen om vrijwel actueel te volgen waar hout wordt gekapt. Daarbij blijft een goede interpretatie nodig, omdat jonge aanwas en herplant minder eenvoudig waarneembaar zijn.

Nabuurs benadrukte daarnaast het belang van hoogwaardig en langdurig gebruik. Door hout bijvoorbeeld eerst in de bouw toe te passen en materialen later opnieuw te gebruiken, blijft koolstof langer opgeslagen. Reststromen kunnen vervolgens aan het einde van hun gebruikscyclus voor andere toepassingen worden benut.

Nieuwe ketens vragen zekerheid

Roman van Laak van RWE sprak over bio-energie in combinatie met het afvangen en opslaan of gebruiken van biogene CO2. Hiermee kunnen negatieve emissies worden gerealiseerd. De afgevangen CO2 kan daarnaast als grondstof dienen voor bijvoorbeeld brandstoffen en chemische producten.

De markt voor het gebruik van biogene CO2 is volgens Van Laak nog niet groot genoeg om grootschalige projecten zelfstandig te dragen. Ook het opbouwen van nieuwe waardeketens is ingewikkeld. Leveranciers, verwerkers, logistieke bedrijven, financiers en afnemers moeten langdurige afspraken maken en zijn daarbij sterk van elkaar afhankelijk.

RWE onderzoekt daarom verschillende alternatieve biogrondstoffen en verwerkingstechnieken. Een voorbeeld is torrefactie, waarmee uiteenlopende biomassastromen kunnen worden omgezet in een beter vervoerbare en verwerkbare brandstof. De ontwikkeling van zulke ketens vraagt praktijktesten, investeringen en zekerheid over toekomstige afname.

Bestaande biomassaketens kunnen volgens Van Laak later mogelijk ook worden gebruikt voor bioraffinage, duurzame brandstoffen en chemische toepassingen. Het verdwijnen van deze ketens maakt toekomstige opschaling juist moeilijker. Tegelijkertijd is een duidelijk ontwikkelpad nodig om langdurige afhankelijkheid van één toepassing te voorkomen.

Duurzame koolstof voor materialen

Marinke Wijngaard van Berenschot richtte zich op de rol van biogrondstoffen in chemie en materialen. Ook in een circulaire economie blijft nieuwe koolstof nodig. Recycling kan de vraag naar koolstof voor kunststoffen, coatings, textiel en andere producten niet volledig invullen.

Naast recycling en het gebruik van afgevangen CO2 zijn biogrondstoffen daarom een belangrijke bron van duurzame koolstof. Dit biedt volgens Wijngaard niet alleen klimaatvoordelen, maar kan ook bijdragen aan de strategische autonomie en concurrentiepositie van Nederland en Europa.

In de gepresenteerde actieagenda staan vier opgaven centraal: het vergroten van de beschikbaarheid van biogrondstoffen, het stimuleren van toepassingen in materialen, investeren in productie en infrastructuur en het vergroten van kennis bij beleidsmakers, bedrijven en burgers.

Een belangrijk discussiepunt is de volgorde waarin schaarse grondstoffen worden ingezet. Hoogwaardige toepassingen in chemie en materialen kunnen grondstoffen langer in de economie houden dan directe verbranding. Een vaste rangorde is echter lastig, omdat ook voedselproductie, diervoeding, bodemkwaliteit, brandstoffen en negatieve emissies een beroep doen op dezelfde stromen.

Geen enkele oplossing volstaat

De bijeenkomst maakte duidelijk dat de discussie niet alleen draait om de hoeveelheid beschikbare biomassa. Het gaat ook om de manier waarop grondstoffen worden geproduceerd, verwerkt en toegepast.

Er is geen afzonderlijke grondstof of technologie waarmee de volledige behoefte aan duurzame koolstof kan worden ingevuld. Europa zal recycling, biogrondstoffen en afgevangen CO2 naast elkaar nodig hebben. Daarbij moeten voedselproductie, bodemkwaliteit en biodiversiteit worden beschermd.

Dat vraagt om langetermijnbeleid, investeringen en samenwerking tussen verschillende sectoren. Ook heldere communicatie is belangrijk. Buiten de direct betrokken sectoren is nog weinig bekend over de rol van duurzame koolstof in alledaagse producten en over de keuzes die nodig zijn om fossiele grondstoffen te vervangen.

Platform Bio-Economie wil deze kennisdeling ondersteunen door partijen uit de hele keten samen te brengen en het gesprek te voeren over de kansen, voorwaarden en grenzen van de bio-economie.